Er zijn veel soorten groenten zoals broccoli, bloemkool, wortel, spruitjes, venkel en boontjes die zijn erg geschikt om te koken. Je kunt ze ook prima (roer)bakken of stomen. Andere groenten worden weer vaker gebakken of gewokt, zoals paprika, courgette, prei, paddenstoelen en paksoi. Maar waar moet je allemaal rekening mee houden bij het bereiden van groente?

Groente verliest al heel snel na de oogst belangrijke vitamines en daar valt niet veel aan te doen. Wat je wel zelf kunt doen om het vitamineverlies te beperken, is o.a. letten op de kooktijd. 20%-50% van de vitamines gaan verloren tijdens het koken (in water). Hoe langer de groente kookt, hoe meer vitamines verloren gaan. Dat trekt allemaal in het kookvocht of verdampt. Daarom kun je de groente beter koken totdat het beetgaar is. Ook het gebruik van minder water is bevorderend bij het behouden van vitamines. Een klein laagje van één centimeter water is al voldoende. Ze worden sneller aan de kook gebracht, je gebruikt minder water en energie en je behoudt de vitamines beter, die in het kookwater trekken. Gebruik ook altijd een passend deksel op de pan. Daarnaast snijd de groente niet te klein, want hoe kleiner je snijdt hoe meer vitamines er verloren gaan.

Een paar voorbeelden dan ideale kooktijd:

Asperges 8 minuten

Bloemkool 10 minuten

Broccoli 4 minuten

Courgette 5 minuten

Ook bij het stomen, blancheren (kort koken), bakken of wokken gaan vitamines verloren, maar wel in mindere mate. Ook hierbij geldt: hoe korter,  hoe meer vitamines behouden blijven. Voor groente uit blik is heel kort verwarmen al voldoende, de groente is namelijk al gaar.